Dennis Aaij | Schrijver. Podcastmaker. Verteller.

"Nieuwsgierigheid is mijn werkwijze"

Ik schrijf verhalen, maak podcasts en vertel over het alledaagse. Niet op zoek naar het grote verhaal, maar naar de kleine verhalen die zich iedere dag aandienen.

Recent verhaal:

Kanarie
Een veiligheidsplan
Mijn maat Mike had zich in Utrecht een zolder van een loods verworven. Verworven is niet het juiste woord. Hij had ergens een sleutel van gekregen en ging er wonen.We stonden op houten planken die bij iedere stap een ander geluid maakten. Boven ons liep een schuin dak weg naar beide kanten. Er zat stof op alles. In de hoeken lagen dingen die niemand meer had opgehaald en die daarom onderdeel van de ruimte waren geworden. Een stuk touw. Een kapotte stoel. Een emmer zonder hengsel.Behalve tocht was er niets.Geen toilet. Geen keuken. Geen kachel.Vooral dat laatste was een probleem, want het was koud. Niet fris. Koud. De kou woonde er langer dan Mike er zou wonen.We hielden onze jassen aan.“Hier moet dus een kachel komen,” zei Mike.Midden in het dak zat een rookkanaal. Dat was genoeg bewijs dat de ruimte ooit op warmte had gerekend. Misschien had er vroeger een werkbank gestaan. Misschien een kantoor.De kachel vonden we snel. Een allesbrander. Zwart, vierkant, loodzwaar. Zo’n ding dat niet wordt neergezet, maar geplaatst. We huurden geen steekwagen. We regelden geen derde man. We deden wat jonge mannen doen wanneer ze denken dat voorzichtigheid vooral iets is voor later.We tilden het ding naar boven.De trap naar de zolder was smal en steil. Mike stond boven en trok aan een touw. Ik stond beneden en duwde de kachel omhoog.“Hou jij hem?”“Ik hou hem. Zolang jij aan dat touw blijft trekken!”“Doe ik.”“Niet laten zakken.”“Dat doe ik niet.”“Ik voel het toch, hij wordt ineens loodzwaar.”“Trekken!”Na een half uur waren we nog niet eens halverwege. Mikes handen en mijn onderarmen brandden. Het ijzer bleef koud.Toen de kachel eindelijk boven stond, vroegen we ons af of de houten zoldervloer dat wel aankon.Hij stond.Meer niet.Van de kachel naar het rookkanaal was het een meter of vier, vijf. Een flinke afstand als je rook veilig uit een gebouw wilt krijgen. Een overzichtelijke afstand als je alleen maar denkt: daar staat de kachel, daar zit het gat, daar moet iets tussen.We gingen naar de loodgieter.Kachelpijp. Bochten. Klemmen. Dingen waarvan wij vonden dat ze bij elkaar hoorden omdat ze dezelfde kleur hadden en ongeveer dezelfde diameter. De loodgieter vroeg waarvoor het was.“Voor een kachel,” zeiden wij.Dat leek ons voldoende informatie.Terug op de zolder legden we alles op de vloer. Het had iets feestelijks. Alsof we een bouwpakket hadden gekocht waarvan de tekening ontbrak, maar de bedoeling duidelijk was.Pijp voor pijp werkten we vanaf de kachel richting het dak. Eerst recht omhoog. Dan schuin. Dan een bocht. Dan weer recht. De pijp liep niet mooi. Hij zocht zijn weg door de ruimte zoals een dronken man de uitgang van de kroeg zoekt.Monteren deden we vooral met ijzerdraad.Dat hadden we nog liggen.We trokken het strak om de pijp, draaiden het vast met een tang en maakten het vast aan balken, spijkers, oude schroeven, alles wat niet meteen meegaf. Grote delen van de pijp hingen vrij door de ruimte.We kwamen bijna uit.Er ontbrak nog een stuk pijp en een extra bocht om bij het rookkanaal uit te komen. Dus gingen we terug naar de loodgieter.“Lukt het een beetje?” vroeg hij.We vertelden hoe ver we waren. De kachel stond. De pijp hing. We moesten alleen nog een bocht.“Hing?” vroeg hij.We legden het uit. Met ijzerdraad. Aan de balken. Naar het rookkanaal. Vier, vijf meter. Misschien iets meer, maar het kwam goed.Hij keek ons aan en zuchtte.“Jongens,” zei hij. “Dat moeten jullie zo niet doen.”Daarna vertelde hij over trek. Over rook. Over aansluitingen. Over koolmonoxide. Dat je dat niet ruikt. Dat je gewoon gaat zitten, warm wordt, slaperig misschien, en daarna niet meer.Wij knikten.Niet omdat we hem begrepen, maar omdat knikken sneller ging dan toegeven dat we terug moesten naar het begin.Bovendien waren we er bijna.“Als alles hangt,” zei Mike, “kopen we een kanarie.”

Dennis Aaij - Schrijver. Podcastmaker. Verteller.